Jurjen Tolsma – DSC Drachten

Het sterke Stienser team (+167 ELO) bleek dit  inderdaad te zijn in deze ontmoeting. 

Deze avond speelden we voor het eerst dit seizoen met de leden uit de basisopstelling zoals die bij de FSB was aangemeld. Het sterke Stienser team (+167 ELO) bleek dit inderdaad te zijn in deze ontmoeting. Het leek zelfs lange tijd dat we met slechts een halfje (Moraal) naar huis zouden moeten, maar uiteindelijk kregen we toch een punt meer dan dat, 6,5 – 1,5 verlies. Het blijft natuurlijk wel een forse tik en al onze tweede uitnederlaag. En ook deze keer scoorden de onderste vier borden gezamenlijk weer meer dan de bovenste.

De partijen, verwoord door de spelers: DSC heeft wit aan de oneven borden.

Bord 1. Jan Anne Hogendorp (1651) – Bouke Woudstra (1784)     0 – 1

Dit was een revanche van de partij die ik tegen de heer Woudstra in de bekerwedstrijd had gehad (en gewonnen). En zelfs ook weer dezelfde variant van het Scandinavisch, en waar ik zelfs een door Fritz aangegeven versterking (uit de analyse van die bekerpartij) kon toepassen op de tiende zet. Ik stond daarna overwegend, maar toen sloeg het noodlot toe (vermoeidheid van een drukke week?). Met 12. Pe5 verzwakte ik de dekking van pion d4, wat ik niet eens doorhad. Sterker nog, doordat mijn tegenstander lang over zijn antwoord 12…,Pxd4 nadacht, dacht ik zelfs een goede zet te hebben gedaan. En niet alleen verloor ik met zijn twaalfde zet een pion, ik verloor geforceerd een stuk door dat mijn Dame ook opeens onveilig stond. Toen dit verschil in materiaal vervolgens op de zestiende zet al een Toren bedroeg, gaf ik maar op, met weer een desillusie rijker. En als eerste van het achttal.

Bord 2. Luuk Roosma (1608) – Gerrit A. Torensma (1616)     0,5 – 0,5

De vierde schaakpartij is voor mij als remise afgelopen. Het werd de Sozinvariant de naam heb ik opgezocht. Aan het einde had ik volgens mij een klein voordeel maar sloeg toen zoals later bleek de verkeerde pion. Uiteindelijk moest ik om mat te voorkomen een tempo inleveren wat mij ook nog een pion kostte. Met de grootste moeite werd de partij door hem eeuwig schaak te houden: remise.

Bord 3. Mohammed Al-Sarayfi (1587) – Piet Hoogland (1764)     0 – 1

Ik opende de partij met Réti. Ik baalde ontzettend door mijn blunder op de zet 24 (Dc3) waar Hoogeland simpel een vork kon maken met zijn toren naar d3. Nu moest ik mijn paard inleveren. Na een aantal zetten moest ik mijn tegenstander feliciteren.

Bord 4. Wim van Zeijl (1512) – Martin Kroondijk (1710)     0 – 1

Een Engelse partij waarbij ik in de opening, 7de zet, Pxd4 deed en dit was achteraf niet goed gebleken. Ik had rustig door moeten ontwikkelen met b.v. Le7. Het was een beetje onbesuisd waardoor ik even later een kwaliteit achter stond en dit was dus fataal gebleken.

Bord 5. Johan van den Berg (1457) – Yme Brinksma (1717)     0 – 1

Doordat ik aarzelde of ik lang of kort moest rokeren, stelde ik het uit totdat het te laat was. Een schaak hief ik op door de Loper tussen te plaatsen, dit had beter met de Dame gekund. De Loper werd gepend, aangevallen door een pion, met als gevolg: weg Loper. Deze achterstand kon ik niet meer goedmaken en na zet 30 gaf ik op.

Bord 6. Jacob Moraal (1508) – Geert Nicolay (1634)     1 – 0

Na 9 f4 stond de klassieke hoofdlijn van de Scheveninger variant van het Siciliaans op het bord. Hoewel ik hier de schaakstudie mee begon had ik in 329 partijen met zwart die nog nooit op het bord gehad. Was het daarom dat ik op de 10e zet in de fout ging met e5 en mijzelf opzadelde met een geïsoleerde a- en c-pion? Hieronder de positie als Fen:

r1bq1rk1/1p2bppp/p1np1n2/4p3/3NPP2/2N1BB2/PPP3PP/R2Q1RK1 w – – 0 11

Vraag: moet wit nu op de K-vleugel-of de D-vleugel spelen?  (Wit speelde op de K-vleugel.)

Er ontspon zich nu een moeilijke en spannende partij om te spelen. Waarin zeker ik een paar maal de enige goede zet moest spelen. Ik had dan ook na afloop het idee dat wit, door groeiende tijdsproblemen, ergens de winst had laten liggen. Het koude hart van de computer, in de gedaante van Stockfish 8, oordeelde van niet. Nadat wit tijdens de partij nog enige trucjes tijdig doorzien had, raakte hij aan het einde een beetje ontmoedigd. Dat leidde tot minder nauwkeurig spel en de winst voor mij.

Bord 7. Hans Dokter (1444) – Jaap Overeem (1705)     0 – 1

Ik kwam goed uit de Engelse opening, had veel ruimte en tempowinst, maar gaf daarna als een kleuter een stuk weg.

Bord 8. Mikki Veljkovic (1438) – Jaap Claus (1612)     0 – 1

(geanalyseerd met Jan Anne en Hans). Via het aangenomen damegambiet (1.d4,d5.2.c4,dxc4) werd na 3.e4 door zwart het optimistische 3…,b5 gespeeld. Het spelen op het behouden van de pion stelt zwarts stelling op de proef. Na dameruil hield zwart een geïsoleerde a-pion. Zwart speelde vervolgens erg passief, zodat wit uiteindelijk met zijn centrumpionnen kon doordrukken.

Eindstand 6,5 – 1,5

Jan Anne Hogendorp

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *