S.C.Leeuwarden 2 – DSC Drachten

Net als bij de vorige ontmoeting lag het verlies bij de hogere borden, waar de onderste borden beide keren gelijk speelden.
 

Volgens de basisteam opstelling een iets sterker team, de Leeuwarde Schaak Combinatie-2. In de ontmoeting hadden zij zelfs wat versterking, want hun opstelling kwam op 1592 (1563 basisteam), tegen DSC nu 1514 (basisteam 1525). Toch een relatief klein verschil, dat nog alles mogelijk liet.  Maar in de praktijk kwamen we er niet aan te pas. Net als bij de vorige ontmoeting lag het verlies bij de hogere borden, waar de onderste borden beide keren gelijk speelden (nu 2-2, toen 1,5-1,5). NB Debutant in het eerste Luutjen Jan maakte een goede remise, tegen een tegenstander met 190 meer ELO.

 Over de partijen laat ik de spelers (voor zover zij een verslagje hebben ingediend) aan het woord: DSC heeft wit aan de oneven borden.

Bord 1. Jan Anne Hogendorp –  Theo Jellesma     0 – 1

Via Najdorf-siciliaans kwamen we met 6.g3, e6 in de Scheveninger varianten van het Siciliaans terecht.  Mijn bedoelde aanval met f4 en g4 kwam niet van de grond, en ik bleef gedrukt staan. Maar rond de twintigste zet, na dameruil, had ik de meeste moeilijkheden wel overwonnen. Helaas was ik te gretig en onderkende niet een truuk van mijn tegenstander, nl een dubbele aanval met zijn toren op mijn beide ongedekte lopers. In het vervolg won ik nog een kleine kwaliteit terug (twee lichte stukken voor een toren), zodat ik een kwaliteit achter bleef, wat uiteindelijk mij deed verliezen.

Bord 2. Luuk Roosma – Auke de Jong     0 – 1

In zijn schaakpartij maakte Luuk op 1.e4 er Siciliaans van met 1…,c5 . Helaas was hij (weer) zo vriendelijk om zijn tegenstander een licht stuk cadeau te geven, al op de vijfde zet. In het vervolg kwam Luuk er niet meer bovenop. 

Bord 3. Henk Mylanus – Peter Leus     0,5 – 0,5

Vanuit de ruilvariant van het Orthodox Damegambiet had wit steeds het beste van het spel, maar er zat uiteindelijk weinig meer in om meer dan remise te behalen.

Bord 4. Wim van Zeijl –  Douwe Sijtsma     0 – 1

In een spannende siciliaans had ik achteraf mijn foutje ontdekt waardoor ik een pionverlies leed. In de 13de zet had ik d4 gedaan i.p.v. Lxc3 om zijn paard uit te schakelen. Dit pionverlies bleef ik houden tot zowat einde partij met ieder een toren en wat pionnen en wit dus een pion meer. Dit bleek dus fataal te zijn voor zwart!

Bord 5. Hans Dokter –  Piet Vlieg     0,5 – 0,5

Mijn favoriete opening, het Engels, bracht mijn tegenstander uit zij element, toch kwamen beide spelers goed uit de opening. Met wit kreeg ik drie diagonalen naar de koning toe, maar zwart kreeg een gedekte vrijpion op de a-lijn.  Uiteindelijk wonnen mijn actieve stukken het van zijn zwakke en met een kwaliteitsoffer kwam ik gewonnen te staan. Helaas speelde ik het offer fout uit, en wist met moeite en geluk nog remise te krijgen.

Bord 6. Johan van den Berg –  Marinus Woudstra     1 – 0

Marinus’ e4 beantwoordde ik met c4 (is dat niet Engels?),  [Nee,je bedoeld c5, en dat is dan Siciliaans, jah]. Het ging lang gelijk op, waarna Marinus op zet 20 remise aanbood, wij stonden toen al achter. Ik kreeg het advies door te spelen. We vermeden beiden pionnenruil, waardoor ik op de Damevleugel een rij verbonden pionnen kreeg tot aan b3. Belangrijker nog was de open Torenlijn op a. Mogelijk had ik hier eerder van kunnen profiteren door op pionnenjacht te gaan, maar dan kon hij met z’n Toren mijn stelling onder vuur nemen. Met mijn Toren op de tweede rij hield ik het oprukken van zijn Koning tegen. Plotseling kreeg ik de kans om zijn Toren te winnen dankzij een röntgenaanval op de onderste rij, waarna hij opgaf.

Bord 7. Luitjen Jan Vogelzang – Roelf Oving     0,5 – 0,5

Vlak voor de partij kreeg ik van de teamcaptain het advies mee om als ik mogelijkheden had om op remise te spelen dat dat een prima resultaat zou zijn. Begrijpelijk en misschien zelf logisch, maar eenmaal weer aan het bord meende ik toch voor de volle winst te moeten gaan; daar draait het spelletje toch om, zeker als je met wit speelt. Nu beheers ik zeker niet alle openingen, maar op een Scandinaviër heb ik me nog nooit voorbereid. Goed opletten dus, de tijd nemen, goed kijken, stevig nadenken en vooral geen blunders maken! Dus al bij zet twee nam ik het verkregen advies ter harte en begon heel ‘behoudend’ te schaken met de bedoeling om ongehavend de opening te doorstaan en de mogelijkheden van de tegenstander te beperken. Dit resulteerde in een vrij matte pot met weinig vuurwerk op het bord. Toch nog een gemiste kans bij zet 23, dit kwam doordat mijn aandacht bij een ‘dreiging’ van een toren – dame combinatie gevestigd bleef. Na het afruilen van de dames bood mijn tegenstander bood mijn tegenstander remise aan. Omdat we in stukken en in positie een gelijke stand op het bord hadden, heb ik conform het advies deze aanvaard.

Bord 8. Mikki Veljkovic – Rudolf Spijkerman     0 – 1

Het begon met 1.e4,e5.2.Pc3, c6. Wat voor opening dat is weet ik niet [Met 2.Pc3 krijg je de Weense partij, jah]. De rest van het spel is met normale ontwikkeling gegaan, tot dat ik door een fout van zomaar een Paard win voor niets en daarna een pion erbij. Dan maak ik het mijzelf moeilijk , foutzet na foutzet. Geef een Loper voor pion in de veronderstelling voordeel te krijgen, maar het was een misrekening. Op de 30e zet maak ik de laatste blunder en dan is het een verloren partij. Ik probeer het nog te redden maar dat mislukt.

Eindstand  5,5 – 2,5

Jan Anne Hogendorp

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *