Install to Home Screen

swipe to cancel

Install to Home Screen

swipe to cancel

tap Geen_afbeelding_beschikbaar and then
Add to Home Screen
Enable Push Notifications

swipe to cancel

S.C.Leeuwarden 3 – DSC Drachten 3

De Leeuwarder Schaakcombinatie ging met twee reserves beginnen, dat was voor ons het sein om te gaan winnen! 

Albert: In de Russische opening kwam ik een pion achter te staan en de dames werden geruild. In het middenspel werden een stuk en twee torens geruild. Het eindspel ging in met een paard en 6 pionnen tegen een loper en 5 pionnen. De c-pion liep door tot dame, maar werd meteen gepakt door de loper, die vervolgens werd opgepeuzeld door het paard. Daarna werd het eindspel door mij gemakkelijk gewonnen.

Ad: In de Pirc-opening zette mijn tegenstander flink druk op het centrum met zijn beide lopers. De lopers werden vervolgens afgeruild en ik ruk op met mijn beide centrum-pionnen. De witte paarden kwamen sterk opzetten en ik dwing ze tot afruil. Op zet 24 staat alles zo vast, dat mijn tegenstander remise aanbiedt, wat door mij wordt geaccepteerd.

Jaap: Na een aarzelende opening van mij en mijn tegenstandster en na rokade van zwart komt er meer spanning in het spel. Maar het blijft gelijk opgaan. Na dat ik op zet 20 heb gerokeerd, wordt mijn positie gunstiger op de koningsvleugel. Op de 27é zet wordt Ratna met Dxg7 schaakmat gezet!

Berend: In de opening worden de dames afgeruild en was er evenwicht In de stelling. In het middenspel was de strijd op de d-lijn, 2 torens werden geruild. Het eindspel ging tussen 2 ongelijke lopers en elk een paard met beide 7 pionnen. Met Matijs in de aanval had Berend steeds de juiste verdediging en dus werd het remise.

De Leeuwarder Schaakcombinatie ging met twee reserves beginnen, dat was voor ons het sein om te gaan winnen!  

 Albert

Jurjen Tolsma – DSC Drachten

Het sterke Stienser team (+167 ELO) bleek dit  inderdaad te zijn in deze ontmoeting. 

Deze avond speelden we voor het eerst dit seizoen met de leden uit de basisopstelling zoals die bij de FSB was aangemeld. Het sterke Stienser team (+167 ELO) bleek dit inderdaad te zijn in deze ontmoeting. Het leek zelfs lange tijd dat we met slechts een halfje (Moraal) naar huis zouden moeten, maar uiteindelijk kregen we toch een punt meer dan dat, 6,5 – 1,5 verlies. Het blijft natuurlijk wel een forse tik en al onze tweede uitnederlaag. En ook deze keer scoorden de onderste vier borden gezamenlijk weer meer dan de bovenste.

De partijen, verwoord door de spelers: DSC heeft wit aan de oneven borden.

Bord 1. Jan Anne Hogendorp (1651) – Bouke Woudstra (1784)     0 – 1

Dit was een revanche van de partij die ik tegen de heer Woudstra in de bekerwedstrijd had gehad (en gewonnen). En zelfs ook weer dezelfde variant van het Scandinavisch, en waar ik zelfs een door Fritz aangegeven versterking (uit de analyse van die bekerpartij) kon toepassen op de tiende zet. Ik stond daarna overwegend, maar toen sloeg het noodlot toe (vermoeidheid van een drukke week?). Met 12. Pe5 verzwakte ik de dekking van pion d4, wat ik niet eens doorhad. Sterker nog, doordat mijn tegenstander lang over zijn antwoord 12…,Pxd4 nadacht, dacht ik zelfs een goede zet te hebben gedaan. En niet alleen verloor ik met zijn twaalfde zet een pion, ik verloor geforceerd een stuk door dat mijn Dame ook opeens onveilig stond. Toen dit verschil in materiaal vervolgens op de zestiende zet al een Toren bedroeg, gaf ik maar op, met weer een desillusie rijker. En als eerste van het achttal.

Bord 2. Luuk Roosma (1608) – Gerrit A. Torensma (1616)     0,5 – 0,5

De vierde schaakpartij is voor mij als remise afgelopen. Het werd de Sozinvariant de naam heb ik opgezocht. Aan het einde had ik volgens mij een klein voordeel maar sloeg toen zoals later bleek de verkeerde pion. Uiteindelijk moest ik om mat te voorkomen een tempo inleveren wat mij ook nog een pion kostte. Met de grootste moeite werd de partij door hem eeuwig schaak te houden: remise.

Bord 3. Mohammed Al-Sarayfi (1587) – Piet Hoogland (1764)     0 – 1

Ik opende de partij met Réti. Ik baalde ontzettend door mijn blunder op de zet 24 (Dc3) waar Hoogeland simpel een vork kon maken met zijn toren naar d3. Nu moest ik mijn paard inleveren. Na een aantal zetten moest ik mijn tegenstander feliciteren.

Bord 4. Wim van Zeijl (1512) – Martin Kroondijk (1710)     0 – 1

Een Engelse partij waarbij ik in de opening, 7de zet, Pxd4 deed en dit was achteraf niet goed gebleken. Ik had rustig door moeten ontwikkelen met b.v. Le7. Het was een beetje onbesuisd waardoor ik even later een kwaliteit achter stond en dit was dus fataal gebleken.

Bord 5. Johan van den Berg (1457) – Yme Brinksma (1717)     0 – 1

Doordat ik aarzelde of ik lang of kort moest rokeren, stelde ik het uit totdat het te laat was. Een schaak hief ik op door de Loper tussen te plaatsen, dit had beter met de Dame gekund. De Loper werd gepend, aangevallen door een pion, met als gevolg: weg Loper. Deze achterstand kon ik niet meer goedmaken en na zet 30 gaf ik op.

Bord 6. Jacob Moraal (1508) – Geert Nicolay (1634)     1 – 0

Na 9 f4 stond de klassieke hoofdlijn van de Scheveninger variant van het Siciliaans op het bord. Hoewel ik hier de schaakstudie mee begon had ik in 329 partijen met zwart die nog nooit op het bord gehad. Was het daarom dat ik op de 10e zet in de fout ging met e5 en mijzelf opzadelde met een geïsoleerde a- en c-pion? Hieronder de positie als Fen:

r1bq1rk1/1p2bppp/p1np1n2/4p3/3NPP2/2N1BB2/PPP3PP/R2Q1RK1 w – – 0 11

Vraag: moet wit nu op de K-vleugel-of de D-vleugel spelen?  (Wit speelde op de K-vleugel.)

Er ontspon zich nu een moeilijke en spannende partij om te spelen. Waarin zeker ik een paar maal de enige goede zet moest spelen. Ik had dan ook na afloop het idee dat wit, door groeiende tijdsproblemen, ergens de winst had laten liggen. Het koude hart van de computer, in de gedaante van Stockfish 8, oordeelde van niet. Nadat wit tijdens de partij nog enige trucjes tijdig doorzien had, raakte hij aan het einde een beetje ontmoedigd. Dat leidde tot minder nauwkeurig spel en de winst voor mij.

Bord 7. Hans Dokter (1444) – Jaap Overeem (1705)     0 – 1

Ik kwam goed uit de Engelse opening, had veel ruimte en tempowinst, maar gaf daarna als een kleuter een stuk weg.

Bord 8. Mikki Veljkovic (1438) – Jaap Claus (1612)     0 – 1

(geanalyseerd met Jan Anne en Hans). Via het aangenomen damegambiet (1.d4,d5.2.c4,dxc4) werd na 3.e4 door zwart het optimistische 3…,b5 gespeeld. Het spelen op het behouden van de pion stelt zwarts stelling op de proef. Na dameruil hield zwart een geïsoleerde a-pion. Zwart speelde vervolgens erg passief, zodat wit uiteindelijk met zijn centrumpionnen kon doordrukken.

Eindstand 6,5 – 1,5

Jan Anne Hogendorp

Steenwijk 3 – DSC Drachten 3

Op twee borden stonden de stellingen in brand, toch hielden wij de einduitslag in de hand!

Albert Jan Meijer: Mijn tegenstander begon veel beter dan ik. Ik moest alleen maar verdedigen, hij zette mij steeds verder klem en begon mijn stukken te slaan. Ik wilde niet al na een klein half uur opgeven en speelde nog wat door. Totdat ik zijn dame kon klem zetten en vervolgens slaan. Daarna stonden wij ongeveer gelijk, tot ik een toren veroverde. Toen gaf Peter Loewet op. 

Jaap: Met opening e4-e5 en vervolgens c4-pc6 volgt een gelijk opgaande strijd. Na dat beiden hebben gerokeerd, kom ik in een iets gunstiger positie. Na 22 zetten kwam ik in een gewonnen toestand te staan, 1-0!

Albert: In een Russische opening werd ik volkomen overrompeld en raakte ik liefst 3 pionnen kwijt. Op de 14é zet raakte Hans een loper kwijt, waardoor de stelling weer enigszins in evenwicht kwam. In het middenspel werden een toren en loper afgeruild, zodat het eindspel inzette met toren, paard en 6 pionnen tegen toren, paard, loper en 2 pionnen. De 3 verbonden vrijpionnen van Hans werden door mijn toren en loper opgepeuzeld, waarbij mijn loper verloren ging. Bleven over paard en 2 pionnen tegen paard en 2 pionnen, remise.

Ad: In een italiaanse opening gaat het tot de 10é zet rustig. Daar na dreigt Roelof mijn loper vast te zetten. Dit kan ik voorkomen door met mijn andere loper een paard te bedreigen, waardoor ik de ruimte krijg mijn loper te bevrijden. De stelling begint steeds vaster te lopen. Op zet 22 verlies ik een dubbel pion, die ik uit het oog verloren was. Ik betrek de koning bij de verdediging en op zet 30 biedt Roelof remise aan, hetgeen ik accepteer.

Op twee borden stonden de stellingen in brand, toch hielden wij de einduitslag in de hand!

Albert

DSC Drachten – Donger 2

DSC heeft geen moeite met verzwakt Donger-2.

 

Met een gemiddelde rating (1525) ietjes lager dan Donger-2 (1550)voor wat betreft de basisopstellingen was de ontmoeting  op papier niet direct een gemakkelijke voor DSC-1.  Donger-2 moest echter op de avond zelf drie invallers opgestellen, die hun teamrating behoorlijk drukte: 1460. En toen ook hun vaste spelers toch minder onverzettelijk speelden dan ik verwachtte, kwam als bijna vanzelf een grote uitslag voor DSC  (met 1552 gemiddeld in onderstaande opstelling) op de briefjes.

Jacob Moraal kon gelukkig weer spelen voor het team, en sloeg meteen toe. Invaller Fokke Alma voor Mikki Veljkovic speelde een degelijke partij tot een plus remise.  Opvallend was dat ook nu de hogere borden minder scoorden dan de lagere vier : drie tegen vier punten; onderaan zaten natuurlijk wel de invallers van Donger-2 ;-).

 De partijenverslagen vindt u hier onder, weergegeven door de DSC-speler zelf: DSC heeft zwart aan de oneven borden.

 Bord 1. Jan Anne Hogendorp – Gosse Wiersma (1611)     1 – 0

In het begin had ik grote moeite met het spel van mijn tegenstander, die steeds van speelplan veranderde zo leek het. Men kan ook zeggen dat hij zonder plan speelde. In ieder geval, na de door wit (Gosse) met 1.f4 geopende partij kon ik via een aardig schijnoffer op de veertiende zet stellingsvoordeel behalen. Door hierna met zoveel mogelijk complicerende zetten van mijn kant te vervolgen, en doordat wit de problematiek te gemakkelijk opvatte, kon ik door een absolute penning al gauw een kwaliteit incasseren, met behoud van stellingsvoordeel.  In het afspel van Toren tegen Paard kwam wit er dan ook niet meer aan te pas.

Bord 2. Luuk Roosma – Alle Vlasma (1616)     0,5 – 0,5

Eindelijk een gewone schaakpartij gespeeld d.w.z. geen vriendelijk aanbieding van een schaakstuk. De engelse opening van mijn kant werd verdedigd met het ontwikkelen van zijn loper naar g7 en de daaraan verbonden verdediging. Die was zeer solide want na twintig zetten stonden nog alle pionnen op het bord en er was geen doorkomen aan. Vervolgens hebben we besloten voor remise.

Bord 3. Fokke Alma – Durk Wassenaar (1589)     0,5 – 0,5

In een partij waarin zwart (Fokke) de beide lopers fiancheteerde en wit opende met beide paarden kwam ik na ca. 20 zetten in een koningsaanval een pion voor.

Dit voordeel hield ik gedurende 90 % van de partij. Tenslotte toen de stormaanval op de witte koning klaar stond kwam wit met een geniepig zetje (niet gezien) waardoor wit de pion weer terugverdiende en de stelling weer in evenwicht kwam. Daarop bood wit remise aan en gezien de teamstand vlot geaccepteerd.

Bord 4. Mohammed Al-Sarayfi – Reitze Koopmans (1454)     1 – 0

Ik had met wit de partij gespeeld tegen Reitze Koopmans. Ik opende de partij met Réti / Joegoslavisch variant, waar hij moeite mee had. Ik controleerde de partij vanaf het begin totdat ik een slechte zet deed op 34. Dd1. Daarna probeerde ik aan te vallen met de dame en de loper aan de kant van zijn koning. Enigzins gelukt. Op zet .. 40 heeft hij fout een gemaakt, zodat ik zijn lopen kon slaan met de Dame. Daarna gaf hij het op.

Bord 5. Wim van Zeijl – Douwe Kuipers (1432)     1 – 0

Het was een niet al te moeilijke partij voor mij. Henk Mylanus zei dat ik een paar schitterende zetten had gedaan. Zet 22 Lc4 en daarna zet 24 Ld3. Dit zijn lekkere dwangzetten waardoor ik de witte dame kon veroveren. Wit speelde hierna nog even door en gaf zich daarna toch gewonnen.

 Bord 6. Johan van den Berg –  Peter Smit (1389)     1 – 0

Ik speelde met wit op bord 6 tegen Peter Smit, voor mij een oude bekende waartegen ik zo’n 18 jaar geleden ook wel eens heb geschaakt. Peter is slechtziende, maar met z’n eigen aangepast bord en klok, kan hij zich prima redden. 

Ik opende met Pf3 – Pc6,; d4 – d5. Dankzij een tweevoudige aanval met Loper en Dame, kon ik een Paard winnen. Verder spelen had niet veel zin meer, vond Peter, en hij gaf op zet 13 al op.

Bord 7. Hans Dokter – Jaap v.d. Pol (1289)     1 – 0

In het Siciliaans probeerder mijn tegenstander met wit de koningsgambietzet f2-f4, wat hem meteen parten speelde. Wit verliest al snel een stuk doordat hij de opening niet kent en mist alle kansen om nog compensatie hiervoor te krijgen. Met een vol stuk achter en een zwakke koningstelling geeft mijn tegenstander het binnen een half uur op.

Bord 8. Jacob Moraal – René Wijnstra (1300)     1 – 0

Het werd een Spaanse partij waar zwart voor de Cozio verdediging koos; Pg8-e7 i.p.v. Pg8-f6. Hoewel hij pas weer schaakte na groot aantal jaren afwezigheid en op papier 220 ratingspunten minder had speelde hij lang goed tegen. Beide partijen speelden soms wat minder nauwkeurig, vlgs de computer dan, maar ik kwam uiteindelijk beter te staan.Op de 18e zet zweefde mijn Paard al boven h4 toen ik pas zag dat het een blunder was. Ph2 was toen gedwongen, maar wel goed. Echt in de fout ging ik met 22 Kh2, om het L-offer op h3 te voorkomen, en alle voordeel was weg. Zwarts 24… f5 betekende het einde van de partij. Na 25 exf valt de pion P en L aan. Hij rekende waarschijnlijk op een schaakje maar vergat dat z’n stukken nog steeds in staan. Daarna ging het  snel bergaf .Het gevolg was dat ik hem op de 33e zet mat zette.

Eindstand  7 – 1

Jan Anne Hogendorp

S.C.Leeuwarden 2 – DSC Drachten

Net als bij de vorige ontmoeting lag het verlies bij de hogere borden, waar de onderste borden beide keren gelijk speelden.
 

Volgens de basisteam opstelling een iets sterker team, de Leeuwarde Schaak Combinatie-2. In de ontmoeting hadden zij zelfs wat versterking, want hun opstelling kwam op 1592 (1563 basisteam), tegen DSC nu 1514 (basisteam 1525). Toch een relatief klein verschil, dat nog alles mogelijk liet.  Maar in de praktijk kwamen we er niet aan te pas. Net als bij de vorige ontmoeting lag het verlies bij de hogere borden, waar de onderste borden beide keren gelijk speelden (nu 2-2, toen 1,5-1,5). NB Debutant in het eerste Luutjen Jan maakte een goede remise, tegen een tegenstander met 190 meer ELO.

 Over de partijen laat ik de spelers (voor zover zij een verslagje hebben ingediend) aan het woord: DSC heeft wit aan de oneven borden.

Bord 1. Jan Anne Hogendorp –  Theo Jellesma     0 – 1

Via Najdorf-siciliaans kwamen we met 6.g3, e6 in de Scheveninger varianten van het Siciliaans terecht.  Mijn bedoelde aanval met f4 en g4 kwam niet van de grond, en ik bleef gedrukt staan. Maar rond de twintigste zet, na dameruil, had ik de meeste moeilijkheden wel overwonnen. Helaas was ik te gretig en onderkende niet een truuk van mijn tegenstander, nl een dubbele aanval met zijn toren op mijn beide ongedekte lopers. In het vervolg won ik nog een kleine kwaliteit terug (twee lichte stukken voor een toren), zodat ik een kwaliteit achter bleef, wat uiteindelijk mij deed verliezen.

Bord 2. Luuk Roosma – Auke de Jong     0 – 1

In zijn schaakpartij maakte Luuk op 1.e4 er Siciliaans van met 1…,c5 . Helaas was hij (weer) zo vriendelijk om zijn tegenstander een licht stuk cadeau te geven, al op de vijfde zet. In het vervolg kwam Luuk er niet meer bovenop. 

Bord 3. Henk Mylanus – Peter Leus     0,5 – 0,5

Vanuit de ruilvariant van het Orthodox Damegambiet had wit steeds het beste van het spel, maar er zat uiteindelijk weinig meer in om meer dan remise te behalen.

Bord 4. Wim van Zeijl –  Douwe Sijtsma     0 – 1

In een spannende siciliaans had ik achteraf mijn foutje ontdekt waardoor ik een pionverlies leed. In de 13de zet had ik d4 gedaan i.p.v. Lxc3 om zijn paard uit te schakelen. Dit pionverlies bleef ik houden tot zowat einde partij met ieder een toren en wat pionnen en wit dus een pion meer. Dit bleek dus fataal te zijn voor zwart!

Bord 5. Hans Dokter –  Piet Vlieg     0,5 – 0,5

Mijn favoriete opening, het Engels, bracht mijn tegenstander uit zij element, toch kwamen beide spelers goed uit de opening. Met wit kreeg ik drie diagonalen naar de koning toe, maar zwart kreeg een gedekte vrijpion op de a-lijn.  Uiteindelijk wonnen mijn actieve stukken het van zijn zwakke en met een kwaliteitsoffer kwam ik gewonnen te staan. Helaas speelde ik het offer fout uit, en wist met moeite en geluk nog remise te krijgen.

Bord 6. Johan van den Berg –  Marinus Woudstra     1 – 0

Marinus’ e4 beantwoordde ik met c4 (is dat niet Engels?),  [Nee,je bedoeld c5, en dat is dan Siciliaans, jah]. Het ging lang gelijk op, waarna Marinus op zet 20 remise aanbood, wij stonden toen al achter. Ik kreeg het advies door te spelen. We vermeden beiden pionnenruil, waardoor ik op de Damevleugel een rij verbonden pionnen kreeg tot aan b3. Belangrijker nog was de open Torenlijn op a. Mogelijk had ik hier eerder van kunnen profiteren door op pionnenjacht te gaan, maar dan kon hij met z’n Toren mijn stelling onder vuur nemen. Met mijn Toren op de tweede rij hield ik het oprukken van zijn Koning tegen. Plotseling kreeg ik de kans om zijn Toren te winnen dankzij een röntgenaanval op de onderste rij, waarna hij opgaf.

Bord 7. Luitjen Jan Vogelzang – Roelf Oving     0,5 – 0,5

Vlak voor de partij kreeg ik van de teamcaptain het advies mee om als ik mogelijkheden had om op remise te spelen dat dat een prima resultaat zou zijn. Begrijpelijk en misschien zelf logisch, maar eenmaal weer aan het bord meende ik toch voor de volle winst te moeten gaan; daar draait het spelletje toch om, zeker als je met wit speelt. Nu beheers ik zeker niet alle openingen, maar op een Scandinaviër heb ik me nog nooit voorbereid. Goed opletten dus, de tijd nemen, goed kijken, stevig nadenken en vooral geen blunders maken! Dus al bij zet twee nam ik het verkregen advies ter harte en begon heel ‘behoudend’ te schaken met de bedoeling om ongehavend de opening te doorstaan en de mogelijkheden van de tegenstander te beperken. Dit resulteerde in een vrij matte pot met weinig vuurwerk op het bord. Toch nog een gemiste kans bij zet 23, dit kwam doordat mijn aandacht bij een ‘dreiging’ van een toren – dame combinatie gevestigd bleef. Na het afruilen van de dames bood mijn tegenstander bood mijn tegenstander remise aan. Omdat we in stukken en in positie een gelijke stand op het bord hadden, heb ik conform het advies deze aanvaard.

Bord 8. Mikki Veljkovic – Rudolf Spijkerman     0 – 1

Het begon met 1.e4,e5.2.Pc3, c6. Wat voor opening dat is weet ik niet [Met 2.Pc3 krijg je de Weense partij, jah]. De rest van het spel is met normale ontwikkeling gegaan, tot dat ik door een fout van zomaar een Paard win voor niets en daarna een pion erbij. Dan maak ik het mijzelf moeilijk , foutzet na foutzet. Geef een Loper voor pion in de veronderstelling voordeel te krijgen, maar het was een misrekening. Op de 30e zet maak ik de laatste blunder en dan is het een verloren partij. Ik probeer het nog te redden maar dat mislukt.

Eindstand  5,5 – 2,5

Jan Anne Hogendorp

DSC Drachten 3 – DSC Drachten 2

Wij deden het team van Christina te weinig pijn, daardoor kwam de weg open voor hen, om kampioenspretendent te zijn! 

 

Berend: Kwam goed uit de opening. Het werd een felle strijd in het middenspel. Alle stukken en de torens raakten van het bord. Het eindspel van dame en pionnen gaf geen uitzicht op winst, dus remise.

Jaap: Na de opening d4-d5 volgt een gelijk opgaande partij. Na de rokade op de 17e en 18e zet krijg ik een gunstige stelling. Na 25 zetten sta ik 2 pionnen voor, waardoor Christina na 29 zetten opgeeft.

Albert Jan: Wij kwamen gelijk uit de opening. In het middenspel kwam ik een pion voor, maar Luitjen kreeg een betere stelling. De aanval op de koningsstelling was niet meer te verdedigen en gaf ik op.

Ad: Na de opening had ik iets meer ruimte voor de stukken. Jaap speelde heel degelijk en kreeg geleidelijk meer vat op het spel. Rond zet 20 werd mijn paard opgejaagd en door een onnodige zet ging het verloren. De strijd ging daarna tot zet 35 redelijk gelijk op. Uiteindelijk voor Jaap met twee torens op een open lijn, ging ik in de fout. Daarna gaf ik de partij op.

Wij deden het team van Christina te weinig pijn, daardoor kwam de weg open voor hen, om kampioenspretendent te zijn!

 Albert

DSC Drachten – Philidor 5

Ondanks dat we een hogere gemiddelde rating hadden kwamen we uiteindelijk niet verder dan 4-4. 

  

Ondanks dat we een hogere gemiddelde rating hadden dan Philidor-5 kwamen we uiteindelijk niet verder dan 4-4, waarbij we nog het geluk hadden dat één van onze punten reglementair werd verkregen.  Dus eigenlijk hebben we met 3-4 verloren, een beschamend resultaat!

Over de partijen laat ik de spelers (voor zover zij een verslagje hebben ingediend) aan het woord: DSC heeft zwart aan de oneven borden.

Bord 1. Jan Anne Hogendorp –  Pieter Ploeger   0,5 – 0,5

Mijn partij ging met wisselende kansen. Met zwart probeerde ik in het Frans binnen te vallen op h4 nadat mijn tegenstander zijn koningsvleugelpionnen voor zijn rokadestelling had opgespeeld, maar wit hield de deur goed dicht, zonder zijn eigen aanvalskansen meteen op te geven. Die witte aanval langs de b-lijn op mijn lange rokadestelling was te optimistisch, en wit verloor een kwaliteit. Maar direct daarna vergat ik de dekking op d5, zodat ik twee pionnen verloor en mijn stelling helemaal open kwam te liggen en had moeten verliezen. Doordat wit echter te snel met zijn dame binnendrong kon ik nog net via het reeds genoemde h4 met mijn dame eeuwig schaak afdwingen.

Bord 2. Luuk Roosma – Henk van Wilgenburg   0 – 1

In mijn schaakpartij opende ondergetekende siciliaans die tot de twintigste zet een normaal verloop kende. Helaas was ik zo vriendelijk om mijn tegenstander een paard cadeau te geven die hij in dank accepteerde. Het vervolg van de spannende party was het me bijna gelukt een geslaagde mat

aanval te plaatsen bijna dus. Luuk Roosma.

Bord 3. Mohammed Al-Sarayfi – Peter Venhuizen   0 – 1

Ik heb met zwart gespeeld tegen Peter Venhuizen. de partij liep gelijk tot de zet nr. 21 lxg en vevolgd met mijn slechte ze pg7. ik had moeten gewoon spelen … hx L 21.Dxf+ pf7 en vervolgd met De7 en blijft gewoon gelijk. Jammer !

 Bord 4. Wim van Zeijl –  Danny de Vries   1 – 0

Op de 9de zet heb ik Le3 moeten doen om zijn witte loper te neutraliseren i.p.v. Le2. Hierdoor kwam ik onder druk te staan op mijn c-lijn en stond ik op een gegeven moment 2 pionnen achter. Gelukkig voor mij gaf die daarna een stuk weg en met mijn precisiewerk kon ik toch nog winnen want zo makkelijk was het niet.

 Bord 5. Henk Mylanus –  Walter Jongsma   1 – 0

Ik speelde met zwart weer  mijn  bekende  Kan-variant, waarin van wit g3 minder goed is.

Op zet  7 kon zwart  beter  Pf6  spelen ipv Lb4; Daarna mistte wit een kans:  Pxc6  gevolgd  door  Dd4  was  veel  beter. Op de veertiende zet wint zwart een stuk, maar wit had nog aanvalskansen door dat zwart zijn torens niet kon verbinden. Toen dat eenmaal wel kon was het snel afgelopen voor wit.

 Bord 6. Johan van den Berg –  Jeppe van Bon   0,5 – 0,5

Met wit speelde ik tegen Jeppe van Bon (1431). Vaak open ik met Pf3/d4. Op zet 22 sloeg ik een Paard; had ik het andere Paard geslagen, dan had ik een kwal kunnen winnen. Ik miste deze kans, omdat ik niet genoeg vooruit rekende. Op de 25 ste zet werd remise aangeboden, wat ik na overleg heb aangenomen. We hadden beiden nog 4 grote stukken en 6 pionnen. Fritz 7 gaf in de analyse .97 voor wit.

 Bord 7. Hans Dokter – Jan Hoekstra   0 – 1

Blunders markeerden dit spel.  Ik deed de opening fout en kwam achter te staan, maar mijn tegenstander liet zijn loper opsluiten. Ik speelde het fout uit en hij had zijn loper kunnen vrij spelen maar hij liet dit na zodat ik een stuk voor kwam te staan. Daarna verknalde ik het eindspel en speelde mijn koning (naar voren) waar hij makkelijk mat kon geven.

 Bord 8. Mikki Veljkovic – Jan Miedema   1 – 0 Reglementair

De achtste speler van Philidor-5 was niet komen opdagen.

 Eindstand  4 – 4

Jan Anne Hogendorp